Kenniscentrum

Onderwerpen

LCD en Plasma technologie?

Wie overgaat tot aanschaf van een nieuwe, platte televisie, heeft op dit moment de keuze uit twee technologieën: LCD (Liquid Crystal Display) of plasma. Hoewel de twee technieken op het oog nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn, zit er een wereld van verschil tussen. Hieronder wordt het verschil verduidelijkt.

Ieder beeldscherm, ongeacht de gebruikte technologie, kent een aantal horizontaal lopende beeldlijnen. Op elke beeldlijn bevindt zich een groot aantal beeldpunten (pixels). Het aantal onder elkaar aangebrachte beeldlijnen geeft de verticale resolutie aan, het aantal beeldpunten op de lijn vertegenwoordigt de horizontale resolutie. Samen zijn zij in hoge mate verantwoordelijk voor de hoeveelheid detail in videobeelden.

LCD schermtechnologie

Bij een LCD scherm bestaat een pixel uit een vloeibaar kristal (Liquid Crystal). Onder invloed van elektrische spanning gaan de staafvormige moleculen daarvan alle in dezelfde richting wijzen. De kristallen bevinden zich tussen twee glasplaten waarvoor zich gekruiste polarisatiefilters bevinden. Polarisatiefilters laten licht met slechts een golfrichting door. Achter de achterste glasplaat is verlichting aangebracht. Door de polarisatierichting te kruisen kan het van achter uitgestraalde licht slechts op een bepaalde manier door de kristallen gaan.

Iedere pixel bestaat uit drie subpixels in de hoofdkleuren rood, groen en blauw (rgb). Door de elektrische spanning te variëren richten de moleculen zich op verschillende manieren en valt het licht op verschillende wijze door de subpixels waardoor kleuren worden weergegeven. Bij de moderne Thin Film Transistor (TFT) schermen wordt de kleur weergegeven via drie ultradunne laagjes in de hoofdkleuren over de voorste glasplaat. Een LCD scherm heeft voor het weergeven van beelden dus een achtergrondverlichting nodig. Deze kan worden gevormd door een paar Cold Cathode Fluorescent Lights (CCFL: een soort tl-buis), maar steeds vaker kiezen fabrikanten voor de milieuvriendelijkere en vaak energiezuinigere led-verlichting.

Dit kan op twee manieren: met witte leds, die een directe vervanging zijn van de ccfl, maar fabrikanten kiezen met het oog op de beeldkwaliteit steeds vaker voor rgb-leds, die alle kleuren van de regenboog als verlichting per pixel kunnen geven. Dit heeft grote voordelen voor de beeldkwaliteit omdat een fel witte pixel nu een fel witte verlichting kan krijgen, terwijl een pixel in een donker gebied van een filmscene door een (bijna) volledig uitgeschakelde led wordt bediend. De contrastwaarde van dergelijke schermen is veel hoger dan van conventionele met ccfl-verlichte televisies.

Doordat het licht niet uit de pixel zelf komt, maar van een bepaalde afstand daarachter, heeft een lcd-televisie een bepaalde kijkhoek. Kom je ver buiten deze kijkhoek, dan wordt het beeld flets omdat het licht niet meer goed door de pixel in je oog kan komen, het schijnt immers als het ware door een koker (de pixel).

Plasma schermtechnologie

Bij de plasma-technologie zijn die "backlights" overbodig omdat in dit geval de pixels zelf kleine, met edelgas gevulde tl-buisjes zijn. Zij lichten op wanneer er een elektrische spanning op wordt aangesloten en ook hier bestaat iedere pixel uit drie subpixels in de hoofdkleuren. Voor het juist weergeven van de kleuren moet iedere pixel zeer exact worden aangestuurd en dat maakt deze technologie nogal complex. Een groot voordeel dat alle plasmatelevisies hebben ten opzichte van lcd-televisies is het enorme contrast dat een paneel kan weergeven. Aangezien iedere pixel zijn eigen lichtbron is, kan een scene met lichte en donkere gedeeltes veel beter worden weergegeven. Bovendien is zwart op een plasma ook heel donker zwart, terwijl een gemiddelde lcd-televisie op zijn best donkergrijs kan weergeven. Dit is voor de lcd in de praktijk geen groot nadeel omdat er toch al licht op het scherm valt, tenzij je in een volledig verduisterde ruimte kijkt zal dit nadeel dus niet opvallen. Een plasmapaneel kan in de regel ook beter snel bewegende beelden weergeven, zonder details te verliezen. Dit wordt in de nieuwste generaties lcd-televisies echter rechtgetrokken door 100Hz en zelfs 200Hz beeldverwerking te gebruiken.