Kenniscentrum

Onderwerpen

Surround sound en systemen

De meeste surround sound systemen gebruiken vijf geluidskanalen en hebben dus ook vijf speakers nodig. In het ideale geval, zet u er een neer in elke hoek van de kamer en een boven of onder uw tv-scherm. Die laatste heet vanzelfsprekend de centrum- of centrale speaker. Er is doorgaans ook nog een zesde geluidskanaal. Dat stuurt de heel diepe basgeluiden naar een zogeheten subwoofer. Zo'n speaker is niet per se nodig, maar wel aan te bevelen, zeker als u van actiefilms houdt. Vooral bij systemen met kleine satellietspeakers is een subwoofer onontbeerlijk.

Subwoofers zijn verhoudingsgewijs groot, maar omdat het menselijk oor het vaak moeilijk vindt om te bepalen waar een basgeluid nu precies vandaan komt, is de precieze plaats ervan minder belangrijk. Dit betekent dat hij redelijk uit het zicht te plaatsen is. Toch komt de plaatsing van een subwoofer nog behoorlijk nauw, omdat muren de basgeluiden versterken, waardoor een subwoofer in een hoek harder klinkt dan dezelfde subwoofer midden in de kamer.

De centrale verwerkingseenheid (AV receiver) heeft de lastige taak om het audiosignaal te ontleden en te bepalen welk onderdeel daarvan naar welke speaker moet worden gestuurd. Er zijn verschillende typen geluidsignalen die kunnen worden "verwerkt" tot surround sound. De eenvoudigste is het inmiddels aloude analoge stereo, dat met Dolby Pro Logic of Pro Logic ll kan worden omgezet in surround geluid.

Deze techniek kan met elk stereosignaal uit de voeten, maar geeft het beste resultaat bij geluid dat oorspronkelijk bedoeld was om in surround te beluisteren. Bijvoorbeeld films die op tv worden getoond. Veel betere kwaliteit krijgt u met digitale surround sound formaten. Daarbij worden de originele surround sound signalen van een film omgezet naar een enkel, digitaal signaal. Dat wordt vervolgens door de centrale verwerkingseenheid gedecodeerd en naar de relevante speakers gestuurd.

Omdat de meeste films vijf hoofdkanalen gebruiken plus een voor de subwoofer, worden dit 5.1 soundtracks genoemd. Er zijn verschillende manieren om zo'n track te maken. De meest gebruikte technieken zijn Dolby Digital en DTS. Dolby Digital is zo ongeveer de standaard die wordt gebruikt voor dvd-films. DTS gebruikt echter minder compressie en klinkt net iets beter. Op sommige dvd's kunt u als optie kiezen voor DTS. De meeste centrale verwerkingseenheden kunnen zowel Dolby Digital als DTS decoderen.

U vindt vijf luidsprekers een beetje weinig? Dan kunt u ook kiezen voor zeven (plus een). De zogeheten 7.1-sets gebruiken dezelfde drie speakers in het zicht van de luisteraar/kijker, maar hebben de twee achterspeakers verruild voor twee aan elke kant van de bank en nog eens twee wat verder de hoek in. Deze laatste speakers, helemaal achteraan, spelen in mono, omdat de geluidsbron niet 7.1, maar 6.1 is. In grotere kamers kan dit fantastisch klinken. Dolby's versie van 7.1 is Surround EX en die van DTS heet DTS-ES. Ook dit soort geluidstracks vindt u soms op een film-dvd, maar u hebt er wel een processor of receiver voor nodig die die extra kanalen ondersteunt. Mist u zo'n stukje techniek, dan is het prettig te weten dat u dergelijke geluidstracks ook op een 5.1-systeem kunt afspelen.